Waterwaarden en Wetenschap
Inleiding
Een aquarium kan worden aanzien als een klein niet volmaakt ecosysteem maar degelijk aan dezelfde wetten onderhevig is als alle volmaakte ecosystemen in de vrije natuur. Het aquarium is zoveel kleiner en zeer zwaar belast door de hoge dichtheid aan vissen. Net daarom zullen bepaalde biochemische processen in dit kleine wereldje heel makkelijk in onbalans zijn en de leefbaarheid in het aquarium aardig gaan verstoren... Daarom moet de aquariaan ingrijpen en een milieu creëren dat leefbaar is voor vissen en planten, het ecosysteem van de natuur op een maximum gaan benaderen...Onderstaand even een tabel waar je kan zien wat er zoal in je leidingwater zit... Uiteraard, heb ik dit artikel zo eenvoudig mogelijk gemaakt, in verstaanbare taal...
Belangrijke waterwaarden en begrippen uit de aquariumwereld
1) PH of zuurtegraad
De PH is de indicator om zuurtegraad aan te tonen van het water; hoe lager de PH, hoe zuurder (zachter) het water. Hoe hoger de PH hoe basischer het water (harder). De PH schaal laat ons stellen, gaat van 0 tot 14, neutrale PH, dus niet zuur en niet basisch, wordt als 7 op de schaal weergegeven, alles lager dan 7= zuurder alles boven de 7= basischer. een PH van 3 bvb= batterijzuur en een PH van 12= de Rode zee. Toch even een stukje theorie erbijvoegen; De PH is eigenlijk een negatief logaritme van de concentratie van vrije waterstofatomen. De PH is zeer belangrijk voor je vissen, daar ze in hun natuurlijk biotoop onder een welbepaalde PH leven, moet je dit per soort gaan bekijken en nabootsen in het aquarium, vandaar dat viskeuze heel belangrijk is, zeker naar een mogelijke gezamelijke PH te streven! PH is eigenlijkeen resultaat van KH en GH samen zie verder in onderstaande aangehaalde begrippen
-Hoe meten?
PH kan men op verschillende manieren meten door producten die in de aquariumhandel aangeboden worden, teststrips (minst juist af te lezen), vloeistoftests (doeltreffend) en de electronische PH-meter (duur in aankoop en regelmatig te ijken met ijkvloeistof, maar meest juist afleesbaar)
-Hoe sturen?
Om water aan te zuren: Turf, onthardingshars, turfspons, osmosewater, PH-watersturingsproducten (PH-) en in plantenaquaria CO2
Om water basischer te maken (verharden): Kalkpreparaten, zout, en PH-watersturingsproducten (PH+), kalkafgevende steensoorten, gemalen schelpen enz...
2) KH of de carbonaatharheid
Deze hardheid geeft aan hoeveel carbonaten in het water opgelost zijn (CO32-) deze opgeloste carbonaten, bi-carbonaten genoemd (HCO3-) en koolzuur (H2CO3). Deze reacties in het water duiden op evenwichtreacties in het water welke onomkeerbaar zijn; hoe lager de PH (zuurder dus) hoe meer H2CO3, koolzuur dus, deze koolzuur gaat in het water ontbinden en wordt H2O(water) en CO2(koolstofdioxide), welke de PH verder doet zakken. Een lage KH= lage PH= zacht-zuur water en een hoge KH, omgekeerd dus... De waarde wordt uit gedrukt in de eenheid °dH (duitse hardheid) 0-3°dH= zacht water, 4-7°dH matig hard, hoger dan 7°dH= hard!
-Hoe meten?
KH wordt best gemeten met vloeistof tests (druppeltests) die in de aquariumhandel te krijgen zijn
-Hoe sturen?
idem als PH
3) GH of totale hardheid
De Carbonaten die de KH bepalen komen van elementen die in het water opgelost zijn, deze splitsen op in ionen verdere elementen die ook nog aanwezig zijn zijn mineralen (zouten) CA2CO3 en metalen, alles samen is de GH; een eigenlijke meter van metalen en mineralen in het water, de voornaamste zijn Calcium en Magnesium. Ook GH wordt uitgedrukt in duitse hardheid (°dH), 0-8°dH= zacht water; 9-12°dH= matig hard; hoger dan 12°dH= hard
-Hoe meten?
Door middel van teststrips, of vloeistoftests te bekomen in de handel
-Hoe sturen?
Wel als je de KH/PH aanstuurd, zal zonder enig twijfel de GH volgen, stuur je naar zacht zuur water, daalt de GH ; stuur je naar hard water stijgt je GH, deze 3 waarden gaan bijna hand in hand, doch in de natuur zijn er verschijnselen waarbij lage PH en hogere GH een constante blijken te zijn... In het aquarium is dit echter moeilijker te evenaren.
4) G of geleidbaarheid
Electrische geleiders, zoals leidingen in koper voor stroomvoorziening wordt de weerstand (R) uitgedrukt in Ohm, hoe hoger de R hoe minder geleidbaarheid. Bij water is dit niet anders, althans hier gebruiken we de naam weerstand (R) niet maar wel geleidbaarheid (G) een hoge "G"= hoge geleidbaarheid. Het wordt enkel gebruikt als goede indicator van je aquarium
G= 1/R
De geleidbaarheid van aquariumwater, en water algemeen wordt uitgedrukt in de eenheid mS (microsiemens). In vloeistoffen zorgen de vrije ionen voor de doorgave/transport van electrische stroom, hoe meer ionen hoe hoger de geleidbaarheid, hoe harder het water (PH/KH/GH) is. Opgepast nitriet/nitraat en andere vervuilende stoffen doen ook de geleidbaarheid stijgen!!! Een regelmatige check van geleidbaarheid, geeft ons eigenlijk een goed beeld van wat er mis is in het aquarium op een zeer snelle en vlugge analyse. Meestal wordt de geleidbaarheid gebruikt door vooral Ichtyologen, wetenschappers en kwekers van Discussen en vissen die zacht-zuur water nodig hebben, doch is geen noodzaak
-Hoe meten?
Er is een electronisch toestel in de handel verkrijgbaar (75 à 100euro) die deze waarde makkelijk kan lezen, bvb: 40 tot 180mS= zacht water. Opgepast, alles wat je toevoegt aan waterverbeteraars/stuurelementen voor PH/KH/GH heeft invloed op de meting van geleidbaarheid.
5) Ammoniak/ammonium, Nitriet, Nitraat
Vanuit bacteriele afbraak van eiwitten in afvalstoffen (voedselresten, uitwerpselen, dode plantendelen, enz; wordt er eerst ammonium en/of ammoniak gevormd (NH3/NH4) een zeer giftig goedje voor de vissen, maar wordt door bepaalde planten (bvb Cabomba) gedeeltelijk opgenomen. Het overtollige wordt door een tweede groep bacterien, omgezet naar het zeer giftige nitriet (NO2) ook hier zijn er bepaalde planten, die daar een klein gedeelte van opnemen (bvb eendekroos). Het Nitriet, wordt dan door een derde groep bacterien omgezet naar het veel minder giftig nitraat, welke alle planten gedeeltelijk opnemen, het overtollig nitraat echter bouwt wel langzaam op in het aquarium en kan bij hoge concentraties dodelijk zijn (kritisch= 100mg/liter). Ammoniak en nitriet, deze moeten echter altijd 0 zijn en blijven, is dit niet zo; geen vissen plaatsen, indien je in de opstartfase van 3 à 4 weken van je aquarium bent. Heb je wel echter vissen, dan is er iets grondig mis, duidend op gebrek aan bacterien!!! in alle gevallen, van ammoniak/nitriet en te hoog nitraat= waterwissel uitvoeren!!! Er zijn ook producten in de handel (bvb amquel+) die dit alles neutraliseren, echter moet wel nog de oorzaak weggenomen worden!!! (Ammoniak/nitriet vooral tekort aan bacterien, en bij te hoge concentratie nitraat, te weinig waterverversingen.
-Opgepast
Hoge concentraties van bovenstaande begrippen: bij PH hoger dan 7: ammonium (NH4) wordt volledig ammoniak (NH3)!!! Bij PH lager dan 7: vormt nitraat (NO3) salpeterzuur (HNO3) zeer giftig en dodelijk voor vissen!!!
-Hoe meten?
Voor ammonium/ammoniak: NO4/NO3 vloeistoftest in de handel verkrijgbaar
Voor nitriet: NO2 vloeistoftest in de handel verkrijgbaar
Voor nitraat: NO3 vloeistoftest in de handel verkrijgbaar
-Hoe aanpakken?
Ammonium/ammoniak/nitriet: bacterien enten dmv reeds gebruikte filtermassa van een ander aquarium; bacteriegroei bevorderende mineralen aankopen in de handel, bacteriecysten aankopen in de handel (bio digest) en water gedeeltelijk verversen
Nitraat: gedeeltelijke waterverversing, 1/3 van het aquarium om de 14 dagen uitvoeren, eventueel en indien mogelijk, snelgroeiende plantensoorten toevoegen
6) Fosforverbindingen/fosfaat
Fosforverbindingen/fosfaten zijn van groot belang voor het metabolisme van alle levende wezens, ook planten maken gebruik van fosfaat om glucose aan te maken. Hoe komen deze verbindingen in het aquarium? Aquariumvissen krijgen deze stoffen mee in de voeding en uiteraard uit uitwerspelen en voedselresten komt er fosfaat vrij, ook uit meststoffen voor planten, komen deze fosfaten in het aquarium. Slecht ontdooid of niet gespoeld diepvriesvoer kan een ware fosfaatplaag in je bak loslaten, in de natuur bevat niet vervuild water amper 0,001 tot 0,01 mg/liter fosfaat. In het aquarium kan dat makkelijk 1000 maal hoger liggen en zelf nog meer!!! En nu komt het; veelal gaat hoge fosfaatwaarde dan ook samen met hoge nitraatwaarde, een voedingsbed voor een algenplaag, daar algen fosfaten langdurig en massaal kunnen opslaan, hebben meerdere waterverversingen geen nu tegen die algenplaag, doch zullen op langere termijn verdwijnen, als ze zonder fosfaat zitten... Fosfaat kan je laten dalen door: waterverversing, bepaalde filtermediums en minder diepvriesvoeding aan te bieden
-Hoe meten?
Fosfaat kan gemeten worden door: PO4 vloeistoftests uit de handel
7) Zuurstof (O2) en Stikstof (CO2)
Ons allen welbekend, we ademen zuurstof in en ademen stikstof uit deze gassen moeten dan ook in balans zijn in het aquarium, een rimpelend wateroppervlak brengt zuurstof in je water (niet een zuurstofpomp!!!) Dit wordt gebruikt door vissen en bacterien, en geven CO2 af, welke dan weer door je planten worden opgenomen tijdens de dag dmv van fotosyntese waarbij licht noodzakelijk is, planten geven dan terug zuurstof aan het water af Indien je een plantenaquarium hebt zal je zien dat CO2 tekort zal optreden en planten gaan afsterven, bij een aquarium waar geen planten staan is dit echter geen probleem doch moet er wel gezorgd worden voor voldoende beweging op het water oppervlak.
Het zuurstofgehalte kan gemeten worden adhv een O2 vloeistoftest in de handel
Bij te kort aan zuurstof (vissen hangen dan aan het oppervlak en ademen snel!) kan je de volgende actie ondernemen: of je plaatst de uitstroom van je filter boven water; of je zorgt voor een diffusor op je uitstroom (in de handel verkrijgbaar); of je koopt een oxidator; of je plaatst aan het oppervlak, een bijkomend waterpompje, of je plaatst zuurstofplanten; mogelijkheden genoeg dus
Bij CO2 tekort (vooral bij plantenaquaria): of je koopt een CO2 systeem (vrij duur); of je voegt "easy carbo" (merk "easy life") toe naar dosis (soort van vloeibare CO2)
De aquariumkringloop
Slot
Als alles in balans is (lijkt allemaal moeilijk te lezen, maar makkelijk in de praktijk, mits volgen van de natuurlijke wetten, ga je een zorgeloze (buiten mogelijke ziektes in beschouwing genomen) aquariumhobby tegemoet... Vergeet niet dat je in leidingwater een waterverbeteraar ter ontchlooring moet toevoegen, ook in de handel verkrijgbaar, hou ook rekening met de temperatuur welke planten en vissen nodig hebben! Uiteraard is verlichting een heel belangrijke factor voor je planten, dit verhaal kan je volledig waarnemen en lezen in de volgende links:
http://home.planet.nl/~xs2wil/Aquarium/Techniek/verlichting.html
Alles hangt af van je eigen toedoen in en rond het aquarium slechte waterwaarden hangen af van de volgende essentiële zaken:
-Teveel vissen
-Teveel voedsel(resten)
-Slechte of geen sturingselementen zoals bepaalde filtermedia, turf en/of kalk enz...
-Niet gebruiken van waterverbeteraars bij leidingwater
-Weinig of geen waterverversingen
-Slechte of onvoldoende filtering
-Te weinig voedingselementen voor planten (in geval van een plantenaqurium)
-Slechte temperatuur
Auteur: Bouqué William a.k.a. "BlackWater" op het amazoona-forum.
Bronnen: eigen ervaring, eigen tekening.
Genetische Diversiteit, Immuunsysteem en Inteelt
Veel van onze aquariumvissen zijn het gevolg van inteelt. Zoals geweten kan inteelt erfelijke afwijkingen en ziektes teweegbrengen en kan tevens het immuniteitssysteem worden aangetast. Door het laatstgenoemde kunnen alle soorten uit uw aquarium zelf uitgeschakeld worden. Hoe komt dit nu. Waarom kan inteelt zulke gevolgen met zich meebrengen? Die vraag stelde ik me ook, waarna ik besloot me hier een klein beetje in te verdiepen. ’t Was vrij ingewikkeld voor een leek als ik in deze materie en in dit artikel tracht ik, hopelijk correct, neer te pennen wat ik heb verstaan uit hetgeen ik allemaal las. Hiervoor moeten we uiteraard eerst wat meer weten over de erfelijkheidsleer en de bestanddelen.
De Lichaamscel
Het kleinste deeltje waaruit ‘leven’ is opgebouwd betreft een LICHAAMSCEL (somatische cel). Levende cellen zijn in staat zicht te vermeerderen. In eerste instantie zal deze celdeling groei met zich meebrengen, doordat deze cellen zich steeds maar opsplitsen in twee identieke cellen. In een later stadium zal deze celdeling gebeuren vooor het herstel en instandhouding van dit levende wezen. Lichaamscellen zijn de bouwstenen van hetr lichaam.
De Celkern
Elke cel heeft een celkern. De inhoud hiervan is van groot belang bij het overerven van eigenschappen. Deze celkern bevat namelijk een hoop genen.
Het Gen – Het Allel
Een gen kan aanzien worden als een bepaalde factor die meedraagt in het bekomen van een bepaald kenmerk.
Van elk gen zijn meerdere uitvoeringen mogelijk die deze kenmerken beïnvloeden. Elke uitvoering wordt een allel genoemd. Als een individu voor een bepaald gen twee gelijke allelen heeft, dan noemt men dit gen homozygoot. Als het twee verschillende allelen heeft, noemt men het gen heterozygoot
Chromosomen
De genen zitten gerangschikt op een ketting. Deze ketting is een Chromosoom. Van elk chromosoom vindt men in dezelfde celkern een exacte kopie. De celkern bevat een aantal van deze chromosomenparen. (een paar bestaat voor 50% van de vader en 50%percent van de moeder overgeërfd).
Mutatie
Een mutatie is een plotselinge ontstane verandering van erfelijke aanleg. Deze ontstaat door kopieerfoutjes bij de aanmaak van nieuw erfelijk materiaal. Bij deze kopieerfoutjes wordt dus de werking van een bepaald gen gewijzigd of uitgeschakeld waardoor er veranderingen (wel of niet zichtbaar) optreden.
Veel mutaties zijn “neutraal”. Dit betekent dat als deze wordt meegegeven door één of door beide ouders, we daar dan nauwelijks iets van merken. Deze mutante genen kunnen in een populatie aanwezig blijven zonder dat dit gezondheids- of welzijnsgevolgen met zich meebrengt en dragen bij bij de genetische variatie binnen een soort.
Andere mutaties kunnen echter tot zulke ernstige storingen leiden dat de kans bestaat dat deze spontaan weer verdwijnt, doordat de drager hiervan sterft nog voordat deze aan voortplanten is toegekomen of doordat deze steriel is. Dit noemt men letale afwijkingen, die worden uitgeschakeld door natuurlijke selectie.
Er kunnen echter ook nog mutante genen optreden die blijven voortbestaan ondanks dat ze nadelen opleveren voor het functioneren van de dieren die deze bezitten. Deze mutatie brengt dan bvb. Pijn, last en ongemak met zich mee voor deze dieren, doch niet in deze mate dat ze eraan tenonder gaan of zich niet mee kunnen voortplanten. In natuurlijke populaties komen deze afwijkingen in lage percentages voor.
De Celdeling
De wijze waarop de geslachtscel en de lichaamscel zich delen verschilt, maar over de preciese wijze waarop gaan we het hier niet hebben.
Wat we moeten weten is dat een geslachtscel dezelfde genenparen draagt als een lichaamscel, door deze celdeling bekomen we dan een zaad- of eicel met precies de helft van deze paren. Deze cel heeft dus geen chromosomenparen meer, maar een enkelvoudig chromosoomgarnituur.
De Bevruchting
Bij de bevruchting gaan de zaadcel en de eicel samenvloeien. Waardoor wij een kiemcel krijgen die opnieuw hetzelfde aantal chromosomen bezitten als oorspronkelijk. Deze kiemcel is dan de allereerste lichaamscel voor het nieuwe leven. (50%chromosomen van de moeder en 50% van de vader)
Genetische diversiteit
In het genetisch materiaal van een populatie/soort bestaan er verschillen (variatie).
Door deze variatie komen er binnen een soort verschillen voor, waardoor ieder individu uniek is.
Er zijn twee manieren waarop genetische variatie kan ontstaan. De eerste variatie ontstaat bij geslachtelijke voortplanting waarbij het genetisch materiaal van twee ouders gecombineerd wordt en waardoor het genetisch materiaal van het kind slechts voor de helft van elke ouder is overgenomen. De totale combinatie van het genetisch materiaal van het nageslacht verschilt hierin dus van deze van zijn ouders. Hoe meer verschillende allelen (genuitvoeringen) aanwezig zijn in deze populatie, hoe groter het aantal mogelijke combinaties in deze populatie.
Een tweede variatie onstaat door de eerder genoemde mutaties. Er wordt van uitgegaan dat de meeste van deze mutaties neutrale betreffen. Sommige kunnen zelfs een positieve invloed hebben op de overlevingskansen. Naar schatting zou zulks een mutatie per genoom één keer per 300 generaties voorkomen.
Deze genetische variatie leidt ertoe dat binnen een bepaalde soort en populatie verschillende versies voorkomen van een bepaalde eigenschap (verschil in kleur, grootte, …)
In de evolutieleer wordt algemeen aanvaard dat populaties met meer genetische variatie grotere kans hebben om te overleven. Individuën met de meest voordelige eigenschappen hebben de meeste kans op overleven, waardoor dit individu de meeste kans heeft om zich voort te planten. Dit genetisch materiaal heeft daarom een hogere kans doorgegeven te worden aan de volgende generatie, waardoor uiteindelijk de hele populatie over deze eigenschap kan beschikken en het minst voordelige het minste kans maakt om doorgegeven te worden. Deze genetische variatie kan uiteindelijk zelfs leiden tot de ontwikkeling van een nieuwe soort.
Duidelijke voorbeelden kunnen we vinden bij veel cichlidensoorten, die volgens het biotoop waarin ze leven kunnen verschillen. Kijk maar eens naar Herichthys labridens, die zich in de verschillende biotopen totaal andere kleuren hebben en waarbij de Media-Luna variant, in tegenstelling tot de andere varianten is geëvolueerd tot slakkeneter met o.a. een sterkere keelkaakspieren, aangepaste keelkaaktanden en aangepast verteringsstelsel tot gevolg. Al deze varianten raakten dus op zeker ogenblik van mekaar geïsoleerd, waardoor ze elk een verschillende leefomgeving hadden andere voedselaanbod, e.d., waardoor de vissen met de beste kenmerken voor deze omgeving de meeste kans hadden om te overleven en zich voort te planten, met een enorme variatie in deze soort tot gevolg.
Het immuunsysteem.
A. MHC:
Als miljarden cellen dienen samen te werken in een lichaam moeten zij uiteraard mekaar herkeenen als zijne deel uitmakend van èèn en dezelfde eenheid. Hierdoor zullen vreemde cellen die o.a. ziekten of schade aan het lichaam kunnen veroorzaken tevens herkend worden als indringers en kunnen deze worden bestreden. Hiervoor heeft elke cel een identiteitskaart nodig. De code van deze identieitskaart zou zo weining mogelijk mogen verschillen tussen cellen uit hetzelfde lichaam, maar tevens zo uniek mogelijk moeten zijn. Hiervoor heeft de natuur ene speciaal stel genen gecreëerd die men MHC noemt (Major Histocompatibility Complex). Deze genen vormen samen deze unieke identiteitscode die door elke cel in het lichaam gedragen wordt. Deze genen vormen de basisi van het immuunsysteem en vormen tevens een belangrijke rol bij de voortplanting.
De genen van het MHC maken speciale eiwitten aan op het oppervlak van de cel. Het is de combinatie van deze eiwitten die de unieke idenitteitscode vormen. Eén en dezelfde code voor elke cel van één individu. Alle cellen die een andere code dragen worden dan aangevallen door afweercellen (of moordcellen). Deze moordcellen zijn voortdurtend in beweging op zoek naar cellen met een andere identiteitscode, die dan zullen worden gedood eenmaal ze worden gevonden. De combinatie van deze afweercellen en de MHC-eiwitten vormt één van de belangrijkste afweermechanismen tegen een aanval van pathogene cellen.
Pathogene cellen zullen steeds proberen om de identiteitscode na te maken, om een aanval van afweercellen te vermijden, door te doen geloven dat zij deel uitmaken van het lichaam. Hierdoor is het dus duidelijk dat hoe unieker een identiteitscode van de cellen van een individu is, hoe meer deze beschermd is tegen ziekten. Indien de pathogene cellen er namelijk in slagen een identiteitscode na te maken kunnen deze zich niet makkelijk verspreiden van het ene individu naar het andere, vermits elk individu een andere code meedraagt en zij dan opnieuw ontdekt worden door de moordcellencellen van deze andere individuen.
Genetische geursignalen: Om een gevaarlijke vermindering van genetische diversiteit in het MHC-systeem tegen te gaan heeft de natuur een bijzondere bescherming ontworpen. De genen van het MHC-systeem nemen deel aan het aanmaken van geurstoffen die feromonen worden genoemd. Dit zijn belangrijke sexuele boodschappers die het mogelijk maakt dat een individu deels de MHC-structuur van een mogelijke partner te identificeren, om te voorkomen dat er wordt gepaard met bvb. een naast familielid die teveel dezelfde genen in z’n MHC-systeeml heeft. Hierdoor vormt de samenhandg van feromonen en de MHC-genen een bescherming voor de genetische diverisiteit vna het immuunsysteem.
Deze bescherming is echter enkel doetreffend als er genoeg geschikte partners aanwezig zijn en er vrije keuze is hierin. Als deze er niet zijn, kan er uiteraard worden gekozen om toch met nauw verwante leden te paren. Minder levensvatbare nakomelingen zijn nog altijd beter dan geen nakomelingen.
B. De afweercellen:
Als de afweercellen in actie moeten treden, gaan ze hiervoor bepaalde eiwitten aanmaken die dan de vreemde cel doodt. Voor iedere soort infectie of ziekte waaraan een organisme blootgesteld zou kunnen worden wordt er een ander soort eiwit aangemaakt, die doeltreffend zou moeten zijn tegen deze aanvaller. Dit betekent dat er enorm veel soorten genen aanwezig zouden moeten zijn, elk met een specifiek antilichaam. Op de chromosomen is er echter niet genoeg plaats aanwezig om deze allemaal te plaatsen. Hierop hebben de cellen van het immuunsysteem iets gevonden. In plaats van complete antiftofgenen hebben ze een heleboel verschillende stukjes gen die aan elkaar kunnen geplakt worden om het juiste gen te fabriceren, doeltreffend om een bepaalde infectie aan te pakken. Elk van deze stukjes gen zijn ieder op zich een noodzakelijk deeltje voor duizenden mogelijke antistoffen die zouden moeten kunnen aangemaakt worden. Deze deeltjes gen liggen verspreid over beide chromosomen, waardoor beide chromosomen niet dezelfde stukjes dragen.
Inteelt.
Eén van de grootste gevolgen is een vermindering van de doeltreffendheid van het immuunsysteem.
Inteelt geeft als gevolg dat de genetische diversiteit wordt verkleind, doordat genen van dezelfde oorsprong vermenigvuldigd worden. Door deze vermenigvuldiging gaan tevens het aantal genen met een andere blauwdruk voor eiwitproductie verminderen en zal de variatie in het MHC-systeem tevens verminderen. Hoe minder eiwitsoorten als basis, hoe minder uniek de identiteitscode en hoe makkelijker deze na te maken is door de pathogene cellen. Hierdoor is een individu vatbaarder voor besmettelijke ziekten, en dit kan de reden zijn dat bvb. een hele soort uit uw aquarium komt te overlijden aan een bepaalde ziekte. Indien elk individu van deze soort nageslacht is van dezelfde inteelt volstaat het dat één van hen de ziekte krijgt, waarna de pathogene cellen, die zijn identiteitscode hebben nagemaakt de anderen meteen kunnen aanvallen, daar zij dezelfde code bezitten.
Zoals eerder besproken worden antistofgenen opgebouwd uit een heel deel verschillende stukjes gen is elk van deze stukjes een noodzakelijk deeltje voor het aanmaken van duizenden mogelijke antistofsoorten. Tevens zag men dat deze stukjes gen over beide chromosomen verpsreild liggen, waardoor deze chromosomen dus niet dezelfde genenstukjes dragen.
Als we nu 2 verwante individuen, waarvan deze chromosomen aan mekaar gelijk zijn, zal kruisen, gaat dit nageslacht een homoloog chromosomenpaar bezitten. Hierdoor vermindert het aantal mogelijke aan te maken antistofgenen onmiddellijk met de helft ten aanzien van deze van de ouders.
Als er nu verder aan inteelt wordt gedaan, gaan we dus 2 homologe chromosomen kruisen. Hierbij gaan er opnieuw stukjes gen verloren door crossing-over. Crossing-over is eigenlijk een systeem die door de natuur werd bedacht om een grotere genetische variatie te laten ontstaan door het maken van nieuwe combinaties. Bij het kruisen van homologe chromosomen gaan hierbij gekruiste stukken afbreken en in het verkeerde chromosoom terug worden geplakt. Hierdoor gaan bij afweercellen enkele genstukjes niet gebruikt worden, waardoor het aantal verschillende genstukjes vermindert (minder dan bij de eerste inteeltgeneratie, maar toch nog vrij veel) en hiermee gepaarde gaand ook het aantal mogelijk aan te maken antistofgenen, waardoor de immuniteit nogmaals vermindert. Hetzelfde doet zich dan opnieuw voor bij de volgende inteelt....enz.....
Ribbens Pascal, a.k.a. "Loneridertje" op het amazoona-forum.